Thuishaven » Aanmeren

Aanmeren

Aanmeren met je motorboot of zeilboot

Het aanmeren of afmeren met een boot is één van de spannendste dingen om te doen, vooral bij harde wind kan dit een zeer lastige manoeuvre zijn. De manier van aankomen is onder andere afhankelijk of je aan de wal, kant, box of steiger wil aanmeren. Daarnaast hangt het af van de windrichting, het type boot en de ruimte die je om je heen hebt. De volgorde van het vastleggen van je de landvasten, de trossen en springen hangt hier van af.

Lid worden van vaarbewijs filmpjes

Aanmeren of afmeren voorbereiden

Ergens aanmeren is één van de moeilijkste manoeuvres die je als schipper moet kunnen, vooral bij harde wind en stroming (en niet te vergeten alle bemanningsleden die het allemaal beter denken te weten.) Bereid het aankomen goed voor, laat geen dingen slingeren op dek, haal zeilen naar beneden, hang de stootwillen (aan beide kanten) uit. Zorg dat iedereen die niks te doen heeft braaf rustig in de kuip zit. Vaar langzaam, maar blijf wel zorgen dat het schip bestuurbaar blijft.

De landvasten

Landvasten zijn een speciaal type lijn waar een beetje rek in zit om golfslag en beweging van de boot op te kunnen vangen. Vaak zit aan één kant een lus die je op de boot belegt en dus niet op de wal. Dit gaat nog steeds heel vaak fout! Landvasten leg je altijd slippend, dat wil zeggen je maakt de lus vast op de boot, daarna gooi je de lijn 1x om de bolder op de wal en daarna bevestig je de landvast weer vast op de boot. Als je een beetje kan lasso-gooien hoef je nooit van de boot te springen, want niemand wil tussen de wal en het schip vallen. Een slippende landvast zorgt er ook voor dat je de boot niet hoeft te verlaten bij het wegvaren.

Trossen en springen

Een landvast die van de boot naar een plek op de wal loopt die voor de boot ligt, noemen we een voortros. Een lijn die van de boot naar een plek op de wal gaat die achter de boot ligt een achtertros. Een lijn die van voorop de boot naar een plek op de wal gaat die ter hoogte van het midden van de boot ligt, noemen we een voorspring. En als deze gemonteerd is achterop het schip, dan heet het ding een achterspring. Het beste is om de boot vast te leggen met alle vier de type lijnen, pas dan ligt hij echt goed vast.

aanmeren en aankomen met je motorboot of zeilboot
Achtertros motorboot – Foto: Rens Groenendijk

Aan komen varen

Als je de keuze hebt kom dan aanvaren tegen de wind of stroom in, het schip blijft dan ook bij lage grondsnelheden nog goed bestuurbaar.

Aanmeren met wind of stroom tegen

Maak eerst de voortros vast, je schip ligt dan in ieder geval vast en kan niet meer wegdrijven. Breng dan het achterschip naar de kant door een achterspring aan te brengen. De achtertros en voorspring kunnen rustig als laatste, want die doen niet zoveel. Ze zijn wel belangrijk om aan te brengen voor het geval de wind gaat draaien.

Aanmeren met wind of stroom mee

Maak eerst de achtertros vast, je schip ligt dan in ieder geval vast en kan niet meer wegdrijven. Het voorschip draait dan vanzelf al wel naar de kant toe. Je kan dan het beste de voortros aanleggen, de voorkant draait immers toch al naar de kant toe (maar een voorspring kan ook). De achterspring kan rustig als laatste, want die doet niet zoveel. De lijnen die niks doen zijn wel belangrijk om aan te brengen voor het geval de wind gaat draaien.

Aanmeren aan hogerwal

Nader de wal onder ongeveer een hoek van 45 graden en hou enige snelheid, omdat je anders van de kant afwaait. Breng dan een voorspring uit en vaar langzaam vooruit. De achterkant draait dan naar de kant. Breng dan een achtertros en voortros aan.

Aanmeren aan lagerwal

Door de wind wordt je automatisch naar de kant geblazen, zorg er wel voor dat de snelheid niet te groot wordt. Vaar parallel van de kant en laat je de laatste paar dm naar de kant blazen. Breng de trossen aan, bij voorkeur als eerste de tros waar de wind vandaan komt.

Aanmeren in een box

Gooi een voorspring om de eerste paal van de box als je aan komt varen. Deze voorspring helpt je om makkelijk om de paal de box in te draaien. Als de wind van de zijkant komt maak dan eerst de landvasten aan de loefzijde vast.

Gebruik het wieleffect

Als je vlak bij de kant bent kan je vooral bij het achteruit varen gebruik maken van het wieleffect. Bekijk ook het Vaarbewijs Filmpje over het wieleffect. De achterkant van de boot trekt dan naar de wal toe. Zo is het met een rechtse schroef makkelijker om aan bakboord aan te leggen. Je vaart dan onder een hoek naar de bakboordwal en als je vlakbij bent zet je de motor in de achteruit. Door het wieleffect zal de achterkant van de noot naar de walkant worden getrokken.

Volgorde vastleggen

Afhankelijk van de wind en stroming leg je eerst een voortros, achtertros, voorspring of achterspring uit als je wil aanmeren. De eerste landvast is belangrijk, want dan lig je in ieder geval vast. De rest van de lijnen komen dan later wel. De eerste lijn leg je altijd zo vast dat de boot niet kan wegwaaien, als de wind van voren komt maak je bijvoorbeeld eerst de voortros vast. En als de wind van achteren komt eerst de achtertros.

In het buitenland moet je je boot vaak achteruit aanleggen aan een steiger en eerst aan de achterkant zowel aan stuurboord als aan bakboord vastleggen. Daarna leg je via een mooring-lijn de voorkant van de boot vast. Lees ook ons artikel met de beste 25 tips voor het varen in Kroatië.

Middenbolder

Middelgrote boten hebben vaak een middenbolder die je kan gebruiken voor het aanmeren of afmeren van je motorboot. In deze video, worden een aantal voorbeelden gegeven die je moet weten voor je vaarbewijs 1 examen.

Stootwillen

Stootwillen of fenders hang je tussen de boot en de walkant, zodat je boot niet beschadigd wordt. Het is handig om deze voordat je gaat aanmeren aan beide kanten op te hangen. Zo kan je op het laatste moment nog besluiten om aan een andere zijde aan te leggen dan je aanvankelijk had gedacht.

Hoe hang je fenders op?

Fenders kan je horizontaal of verticaal ophangen. De beste keuze hangt af van de situatie, tegen horizontale objecten zoals een steiger kan je de stootwillen het beste verticaal ophangen. Als het water dan een beetje stijgt of daalt dan komt de fender nog steeds tegen de zijkant van de steiger aan. In sommige sluizen bestaat de zijkant uit verticale balken, in dat geval kan je de fenders het beste horizontaal ophangen. Dit voorkomt dat de stootwil tussen twee balken verdwijnt en de boot alsnog tegen de kant aan komt.

Oefenvragen: Aanmeren

In dit filmpje staan oefenvragen over aanmeren of afmeren met je boot die horen bij bovenstaande theorie.

Lid worden van vaarbewijs filmpjes

Hoe moet het niet?

Hier een voorbeeld van veel te snel aan komen varen in een haven. Ik had het toch iets rustiger gedaan, niks zo goedkoop als leren van fouten van anderen.

https://twitter.com/r0n3d/status/1318910269280714758

Meer lezen?

Veel gestelde vragen

Wat is een voortros?

Een voortros wordt gebruikt om een boot vast te leggen aan de kant. Een voortros loopt vanaf de voorkant van de boot naar een punt op de kade die voor de boot ligt.

Wat is een achtertros?

Een achtertros wordt gebruikt om een boot vast te leggen aan de kant. Een achtertros loopt vanaf de achterkant van de boot naar een punt op de kade die achter de boot ligt.

Wat is een voorspring?

Een voorspring wordt gebruikt om een boot vast te leggen aan de kant. Een voorspring loopt vanaf de voorkant van de boot naar een punt op de kade die in het midden van de boot ligt.

Wat is een achterspring?

Een achterspring wordt gebruikt om een boot vast te leggen aan de kant. Een achterspring loopt vanaf de achterkant van de boot naar een punt op de kade die in het midden van de boot ligt.

Wat is een landvast?

Een landvast wordt gebruikt om een boot vast te maken aan de kade. Trossen en springen zijn voorbeelden van landvasten. Op een landvast moet een beetje rek zitten.

Wat is een stootwil of fender?

Een stootwil of fender is een meestal rond of cilindervormig kussen van dik zacht plastic gevuld met lucht. Deze dient om tussen de boot en de kant (of andere schepen) te worden gehangen, ter voorkoming van beschadiging van de boot.

Hoe moet je een boot aanmeren?

Indien mogelijk moet je een boot tegen de wind of stroom in aanmeren. De eerste lijn die je uitlegt is de tros aan de kant waar de wind of stroom vandaan komt.

Hoe leg je aan aan hogerwal?

Nader de wal onder ongeveer een hoek van 45 graden en hou enige snelheid, omdat je anders van de kant afwaait. Breng dan een voorspring uit en vaar langzaam vooruit. De achterkant draait dan naar de kant. Breng dan een achtertros en voortros aan.

Hoe leg je aan aan lagerwal?

Vaar parallel van de kant en laat je de laatste paar dm naar de kant blazen. Breng de trossen aan, bij voorkeur als eerste de tros waar de wind vandaan komt.