Thuishaven » Vaarregels

Vaarregels

Voorrangsregels voor motorboten en zeilboten

Ook op het vaarwater gelden er vaarregels, deze vormen een belangrijk onderdeel van het BPR (Binnenvaart Politie Reglement). Er gelden verschillende regels bijvoorbeeld voor voor zeilboten onderling, motorboten onderling en verschillende soorten kleine boten onderling. Daarnaast hebben grote boten vaak voorrang ten opzichte van een kleine boot. Ook hangen de vaarregels af of je vaart op een hoofdvaarwater of op een nevenvaarwater en of je rechte koers stuurboord houdt. Een engte is een versmalling in het water, ook hier gelden voorrangsregels.

Lid worden van vaarbewijs filmpjes

Voorrangsregels, ook op het water zijn die er!

Net als op de weg gelden er op het water ook voorrangsregels. De regels op de weg zijn relatief eenvoudig, immers het verkeer volgt over het algemeen de weg. Op het water is niet vaak niet het geval, iedereen vaart kriskras door elkaar heen. Daardoor zijn de vaarregels op het water een stuk ingewikkelder.

Goed zeemanschap

Te allen tijde geldt dat je alles moet doen om een aanvaring te voorkomen. Dit geldt ook als je voorrang hebt, je neemt dus nooit voorrang als je bemanning, je schip of een ander schip in gevaar brengt. Dit noemen we “goed zeemanschap”. Er is in het BPR een verschil tussen de begrippen ‘voorrang moeten verlenen’ en ‘medewerking moeten verlenen’, lees in dit artikel wat de verschillen zijn.

Verschillende koerssituaties

Schepen kunnen elkaar op drie manieren naderen. Welke voorrangsregels er van toepassing zijn hangt onder andere hier van af.

Kruisende koers

Schepen kunnen kruisende koersen hebben, dan naderen ze elkaar onder een hoek.

Oplopende koers

Bij een oplopende koers haalt het ene schip het andere min of meer van achteren in.

Tegenliggende koers

Als twee schepen elkaar min of meer tegemoet varen dan spreken we van een tegenliggende koers.

De belangrijkste vaarregels

Groot gaat voor klein

Over het algemeen gaat een groot schip voor een klein schip. Grote schepen is vaak beroepsvaart en hebben ook een lange remweg. Sowieso is het verstandig om met een klein bootje uit de buurt van grote schepen te blijven als je leven je lief is.

vaarregels groot gaat voor klein
Groot gaat voor klein – Foto: Rens Groenendijk

Rechte koers stuurboordswal

Als je netjes aan de rechterkant van bijvoorbeeld een kanaal of een betonde vaargeul vaart, dan heb je voorrang in het BPR gebied. Dit geldt ook voor kleine schepen. Je bent niet verplicht om stuurboordwal aan te houden, al is het wel een goed gebruik om dit zoveel mogelijk te doen. Als een groot schip een vaargeul overdwars wil passeren dan heb je als klein bootje voorrang. In het RPR gebied geldt dit niet, daar hebben grote boten altijd voorrang. Zie deze pagina voor de verschillen tussen het BPR en RPR gebied.

Snelle schepen hebben geen voorrang

Een snel schip (weet je nog.. dat zijn grote (motor)boten die sneller gaan dan 40 km/h) hebben in het BPR geen voorrang. In het RPR gebied hebben snelle schepen wel voorrang op kleine boten.

Kleine zeilschepen onderling

Als de zeilboten het grootzeil over een verschillende boeg hebben dan geldt: de boot met het zeil over bakboord gaat voor.

En als ze het grootzeil over dezelfde boeg hebben dan geldt: loef wijkt voor lij. De reden hiervoor is dat de boot aan loef altijd wind vangt en makkelijker kan manoeuvreren.

Indien ze elkaar oplopen (inhalen) dan heeft het schip dat wordt opgelopen voorrang. Deze moet echter wel medewerking verlenen, zodat het oplopende schip aan loef kan passeren. De reden is dat je het oplopende schip dan niet de wind uit de zeilen kan nemen en de hele manoeuvre is dan sneller afgerond. Dit geldt ook als een zeilboot een motorboot wil inhalen.

Motorboten op tegengestelde koersen

Zowel voor 2 grote als voor 2 kleine motorboten geldt als ze op een tegengestelde koers liggen: allebei uitwijken naar rechts.

Motorboten op kruisende koersen

Zowel voor 2 grote als voor 2 kleine motorboten geldt als ze op een kruisende koers liggen: rechts heeft voorrang.

Motorboten op oplopende koersen

Zowel voor 2 grote als voor 2 kleine motorboten geldt als ze op een oplopende koers liggen: de oploper passeert indien mogelijk aan bakboord en het schip dat wordt opgelopen verleent medewerking.

vaarregels oplopende motorboten
Oplopende koersen – Foto: Rens Groenendijk

Verschillende type kleine schepen

Een zeilboot heeft voorrang op een roeiboot en een motorboot. Een roeiboot (of een ander door spierkracht voortbewogen vaartuig) heeft voorrang op een motorboot. Een motorboot is over het algemeen het meest wendbaar en kan dus het meest makkelijk uitwijken.

Engte met stroom

Bij een engte met stroom moet het tegen de stroom in varende schip altijd voorrang verlenen. Dat geldt dus ook voor een groot schip ten opzichte van een klein schip in het BPR gebied. (Maar niet in het RPR gebied, daar gaat groot altijd voor.) De reden hiervoor is dat het tegen de stroom invarende schip, makkelijk kan “doodliggen” dat is geen snelheid hebben ten opzichte van de wal. Een schip dat met de stroom meevaart kan niet of zeer moeilijk afremmen.

Engte zonder stroom

Als er geen stroom is, en de engte wordt veroorzaakt door een obstakel aan één kant, dan moet bij 2 motorschepen het schip dat het obstakel aan zijn kant heeft voorrang verlenen.

Als een zeilboot en een motorboot elkaar ontmoeten, dan heeft in principe de zeilboot voorrang. Tenzij de zeilboot door de engte moet laveren (de wind tegen heeft) dan heeft de motorboot voorrang.

Als 2 zeilboten elkaar ontmoeten dan geldt de regel: bakboord voor stuurboord. Indien één zeilboot moet laveren door de engte dan heeft de andere zeilboot weer voorrang.

Grote boten onderling

De voorrangsregels voor grote schepen onderling hoef je niet te weten voor je Vaarbewijs 1 of 2 examen.

Verkeerde wal

Binnenvaart schepen die in stroming varen op een rivier met bochten willen soms niet stuurboord houden. Dat komt omdat ze bijvoorbeeld een binnenbocht willen nemen waar minder stroming staat. Ze willen een tegenligger dan stuurboord-stuurboord passeren, dus eigenlijk de verkeerde wal. Als je dit van plan bent dan moet je een blauw bord met een witte rand tonen en in het midden een wit knipperend licht aan het tegenliggende schip. Eventueel worden ook twee korte geluidsstoten gegeven. Het tegenliggende schip moet dit bord ook tonen als hij akkoord is met deze manoeuvre.

Wat als de voorrangsregels onduidelijk zijn?

Voor voorrangssituaties die niet expliciet in het BPR (of één van de andere reglementen) geregeld zijn of situaties waarbij onduidelijk is welke regel zwaarder telt, geldt het principe van ‘goed zeemanschap’. Dat betekent dat je altijd alles moet doen wat je redelijkerwijs kan doen om een aanvaring te voorkomen. Als er in zo’n situatie toch een aanvaring plaatsvindt, dan is het aan de rechter om te bepalen hoe fout alle betrokkenen geweest zijn. Over deze uitzonderlijke situaties worden op je Vaarbewijs Examen geen vragen gesteld.

Oefenvragen: Vaarregels

In dit filmpje staan oefenvragen over de voorrangsregels die horen bij bovenstaande theorie.

Lid worden van vaarbewijs filmpjes

Dit gaat maar net goed…

Onder een voorbeeld van een gevaarlijke situatie waarin een pleziervaartuig niet door heeft, dat een binnenvaartschip zeer snel nadert. Levensgevaarlijk!

Meer lezen?

Veel gestelde vragen

Wat wordt er bedoeld met goed zeemanschap?

Goed zeemanschap is dat je altijd alles doet om een aanvaring te voorkomen. Dit geldt ook als je voorrang hebt.

Wat is een kruisende koers?

Als twee schepen een kruisende koers hebben, dan naderen ze elkaar onder een hoek.

Wat is een oplopende koers?

Bij een oplopende koers haalt het ene schip het andere min of meer van achteren in.

Wat is een tegenliggende koers?

Bij een tegenliggende koers varen twee schepen elkaar min of meer tegemoet.

Heeft een zeilboot voorrang op een roeiboot op een meertje?

Ja op open water heeft een zeilboot voorrang op een roeiboot.

Heeft een zeilboot voorrang op een motorboot op een meertje?

Ja op open water heeft een zeilboot voorrang op een motorboot.

Wat is een engte?

Een engte is een (natuurlijke) versmalling in het vaarwater. Bij engtes gelden aparte voorrangsregels.